zaterdag 26 februari 2011

De hopeloze pogingen van communistische regimes om de evolutietheorie te behouden

Een moeilijkheid die het bewind van Stalin onderging om de evolutietheorie te behouden, is dat het onderwijssysteem van de Sovjet-Unie in die tijd de geneticawetten van de Oostenrijkse geestelijke en wetenschapper Gregor Mendel,  niet accepteerde. Deze wetten verklaarden de bewering van Lamarck dat “verworven eigenschappen worden overgedragen worden ” ongeldig.[1] Want het aanvaarden van de genetica bracht de volgelingen van de evolutietheorie in een grote impasse. Charles Darwin had bij het lanceren van zijn theorie Lamarcks leer over genetica aangenomen en hier de mechanisme van natuurlijke selectie bijgevoegd. [2] Zijn evolutietheorie hield namelijk in dat de door Lamarck gehypothetiseerde en door Mendel ontkrachte "gunstige, genetisch overdraagbare aanpassingen van organismen aan de natuurlijke omstandigeden" zich opstapelden, en na de eliminatie van de onaangepasten, voor nieuwe soorten zorgde.

Maar Mendel was het hiermee oneens en schreef in 1866 een anti-evolutionistisch werk genaamd Pisum. Hij schreef het in het bijzonder om Darwins "Origin of Species" tegen te spreken.[3]  De eerste volgelingen van Mendel waren dan ook allemaal anti-darwinisten.[4] Mendel baseerde zich op zijn wetten om de evolutietheorie te weerleggen. Want bij het lanceren van zijn theorie baseerde Darwin zich op genetische variatie die hij had waargenomen bij de vinken in Galapagos en koeien in Britse veemarkten.  Darwin veralgemeende dit en onderstelde dat de genetische variatie onbegrensd was. Hij meende zo de oorsprong van de soorten gevonden te hebben. Maar Mendel had met zijn wetten aangetoond dat de genetische variatie binnenin een soort beperkt was met het totaal van de genetische informatie van dat soort en dat de soorten duidelijke grenzen hadden. De Russische wetenschapper Trofim Lysenko zag in dat dit de ondergang betekende voor de evolutieleer en vertelde dit aan Stalin. Stalin zette hem aan het hoofd van de Russische Academie van Wetenschappen. Tot Stalins dood werd de genetica niet geaccepteerd in Russische scholen.

Westerse volgers van Darwins theorie waren vanaf het begin van de 20ste de erfelijkheidswetten van Mendel geleidelijk aan beginnen accepteren. Zij  zagen in dat deze wetten niet te ontkennen waren. Hierbij verlieten ze de evolutietheorie niet, maar zochten ze methoden om haar te laten overeenstemmen met de genetica. Zo bekwamen ze een model dat wel accepteerde dat verworven eigenschappen niet werden overgedragen. In plaats daarvan beweerden ze in hun theorie die de naam “neo-darwinisme” kreeg, dat de genetische informatie die de organen en eigenschappen van de levende wezens codeerde, door zuiver op toeval berustende processen ontstond. Dit was dan ook de reden waarom andere evolutionisten, zoals Lysenko, deze opvatting als totale onzin beschouwden. Lysenko vertelt waarom hij dat model, dat hij “mendelisme-morganisme” noemt, niet accepteert:

Alle zogenaamde wetten van het mendelisme-morganisme zijn helemaal gebaseerd op het idee van toeval. [...] "Gen"mutaties gebeuren volgens de theorie van Mendel en Morgan toevallig. Chromosoommutaties gebeuren ook toevallig. Daarom is de richting van het proces van de mutatie ook toevallig. [...] Volgens het morganisme is de scheiding van de zogenaamde vaderlijke en moederlijke chromosomen tijdens de zogenaamde reductiedeling, ook een kwestie van pure toeval. [...] Daarom is de splitsing van de karakters in de hybride nakomelingen ook een kwestie van toeval, enz. [...] Het mendelisme-morganisme steunt helemaal op toeval.[5]

In zijn verzet tegen de genetica steunde Lysenko op de theorie van Darwin en hij maakte honderden verklaringen om zijn trouw aan het darwinisme uit te drukken.[6] Het voornaamste motief van de lysenkoisten was het behouden en het verdedigen van Darwins theorie. In een evolutionistische, marxistische bron staat het volgende: 

“De lysenkoisten presenteerden zichzelf als de verdedigers van het “darwinisme”. Ze stonden erop dat de mendelistische genetica afwijkt van het darwinisme en de geest ervan verraadt.”[7]

In die tijd was in Rusland de plantkundige Nikolai Vavilov bezig met het aanleggen van de grootste verzameling zaden. Vavilov accepteerde in tegenstelling tot Lysenko wel de genetica van Mendel. Zo kwam hij in botsing met Lysenko, wiens lamarckistische opvattingen beter in overeenstemming waren met het communistische dogma.[8] Stalin liet Vavilov daarom verhongeren in zijn gevangenis in Saratov.

Dit historisch voorbeeld toont nog eens dat er een onverbrekelijke band is tussen de evolutietheorie en het communisme. De theorie beweert dat levende objecten het resultaat zijn van het toeval en geeft een zogenaamd wetenschappelijke ondersteuning voor atheïsme. Communisme, een atheïstische ideologie, is daarom vast verbonden met het darwinisme. Verder zegt de evolutietheorie, dat ontwikkeling in de natuur mogelijk is dankzij conflict (met andere woorden: de strijd om te overleven) en ondersteunt zo het dialectisch concept dat de grondslag van het communisme is.



[1] Susan Greenfield, Wetenschapsboek, Tielt, 2005, p.192
                                        
[2] Susan Greenfield, Wetenschapsboek, Tielt, 2005, p.128
                                         
[3] http://jhered.oxfordjournals.org/cgi/reprint/87/3/205.pdf
                     
[4] Susan Greenfield, Wetenschapsboek, Tielt, 2005, p.282

[5] http://www.marxists.org/reference/archive/lysenko/works/1940s/report.htm

Originele tekst:
All the so-called laws of Mendelism-Morganism are based entirely on the idea of chance. [...]"Gene" mutations, according to the theory of Mendelism-Morganism, appear fortuitously. Chromosome mutations are also fortuitous. Due to this, the direction of the process of mutation is also fortuitous.  [...]According to Morganism, the separation of the so-called maternal and paternal chromosomes at reduction division is also a matter of pure chance. [...] Hence the splitting of characters in the hybrid progeny is also a matter of chance, etc. [...] Mendelism-Morganism is built entirely on chance.

[6] http://www.marx2mao.com/Other/Proletarian%20Science.pdf, p.23

[7] http://www.marx2mao.com/Other/Proletarian%20Science.pdf, p.89

Originele tekst:
the Lysenkoists presented themselves as defenders of ‘Darwinism’. They constantly repeated that Mendelist genetics is a deviation from Darwinism, that it betrays its spirit.

[8] Susan Greenfield, Wetenschapsboek, Tielt, 2005, p.292

De communistische leiders doorheen de geschiedenis en Darwins evolutietheorie


Net als Marx en Engels, beschouwden ook hun volgelingen de evolutietheorie in opperste verrukking. De communistische revolutie waar Marx van droomde, werd in praktijk gezet door Lenin, de leider van de Bolsjewistische beweging in Rusland. Hij drukte zijn mening over Darwin als volgt uit:

“Darwin gaf een einde aan het geloof dat de planten- en dierensoorten niets met elkaar te maken hebben, dat ze door God geschapen zijn en dat ze daarom onveranderlijk zijn.”[i]

De tweede man na Lenin van de Bolsjewistische revolutie, was Leon Trotski. Trotski drukte zijn bewondering voor Darwin uit door zijn werk “de grootste overwinning van het dialectiek op vlak van organische materie”[ii] te noemen.
Stalin, die de dictatuur overnam de Sovjet-Unie overnam in 1928, werd evenwel beïnvloed door Darwins ideeën

 Hij [Stalin] ging nog naar de lagere school toen hij Darwin’s Origin of Species las en The Descent of Man las. [...]
 Deze boeken hadden een diep effect of Soso. Ze vernietigden zijn religieuze ideeën die hij  kreeg van zijn moeder of van zijn opleiding op school. Yaroslavsky heeft in zijn herinneringen opgenomen dat een jeugdvriend geschokt was toen hij de jonge Stalin hoorde zeggen:  “Je weet, ze houden ons voor de gek. Er is geen God.” “Hoe kun je zulke dinges zeggen, Soso?”, riep zijn vriend.  “Ik zal u een boek lenen om te lezen. Het zal je laten zien dat de wereld en alle levende wezens heel verschillend zijn dan dat jij je voorstelt en dat het gepraat over God pure onzin is.”, antwoordde Soso en drong zijn vriend aan om de werken van Darwin te lezen.[iii]

De stichter van het Russisch communisme, Georgi Plekhanov, noemde het marxisme, de toepassing van het darwinisme aan de menswetenschappen. [iv]
De stichter van het Chinees communisme, Mao Tsedong was net als Stalin een fan van Darwin geworden door het lezen van zijn boeken:
 Hij [Mao] werkte toen hij naar school ging als assistent in een bibliotheek, waar hij toegang had tot de werken van Karl Marx en hij had veel tijd om deze revolutionaire literatuur te verslinden. Hij heeft ook Darwin en Huxley gelezen. [...] Van Mao was gekend dat hij          Darwin en de radicale evolutionist Huxley beschouwde als zijn twee favoriete auteurs.[v]

Ook vandaag verdedigen communistische leiders het darwinisme. De verklaringen van Abdullah Öcalan, de leider van PKK, de communistische separatistische terroristische organisatie in Turkije

 In het begin was er tussen de mens en de diersoorten dicht bij hem, niet veel verschil. Hij at wat hij klaar vond in de natuur, schuilde gewoon in bomen en holten. Maar met het  verwerven van het vermogen om te spreken en te denken, werd het onvermijdelijk dat hij bij het verzamelen van voedsel, om zich te beschermen tegen andere dieren en tegen natuurrampen, en bij de ontwikkeling van verschillende primitieve stenen werktuigen, solidariteit ging tonen met zijn soortgenoten. Tot dat stadium gold de wet van biologische evoluties, die van toepassing is tussen dieren. [vi]

“Het meest geavanceerd sociaal dier is de mens. De mens is het wildste dier, het meest meedogenloze dier.” [vii]


[i] http://www.fixedearth.com/hlsm.html

 Darwin put an end to the belief that the animal and vegetable species bear no relation to one another, except by chance, and that they were created by God , and hence immutable.

[ii] http://www.marxist.com/science-old/marxismanddarwinism.html

This discovery by Darwin was described by Leon Trotsky as "the highest triumph of the dialectic in the whole field of organic matter."

[iii] http://www.marxists.org/archive/murphy-jt/1945/stalin/01.htm
He was still in this junior school when he read Darwin’s Origin of Species and The Descent of Man. The fact alone tells much concerning his swift progress towards maturity. When a boy under fourteen reads books of this kind he has begun to take life pretty seriously and has a native capacity for using his mind. But in Stalin’s circumstances it has another significance. It is certain he did not receive the books from his teacher or his boy friends. He had, in fact, made contact with the wider world, where there was a library into which the winds of western thought had blown ideas of vast import.
The effect of these books on Soso was profound. They destroyed whatever religious ideas he had derived from his mother or his school training. Yaroslavsky records in his reminiscences how a boyhood friend was shocked to hear young Stalin say, “You know, they are fooling us. There is no God.”
“How can you say such things, Soso?” exclaimed his friend.
“I’ll lend you a book to read; it will show you that the world and all living things are quite different from what you imagine and all this talk about God is sheer nonsense,” answered Soso as he urged his friend to read the works of Darwin.
[iv] Robert M. Young, “Darwinian evolution and human history,” Historical studies on scienceand belief, 1980 geciteerd in Harun Yahya, Het Bedrog van de Evolutieleer, Rotterdam, 2003, p.18
[v] http://www.abcarticledirectory.com/Article/Mao-Tse-Tung-and-Charles-Darwin/90254
Originele tekst:
He [Mao] worked his way through college as a library assistant where he had access to the works of Karl Marx and plenty of time to devour this revolutionary literature. He also read Darwin and Huxley. [...] Mao was known to have regarded Darwin and radical evolutionist Huxley as his two favorite authors.
[vi] Abdullah Öcalan, Kürt Hümanizmi ve Yeni İnsan, Istanbul, April 2001, p.13

[vii] Abdullah Öcalan, Kürt Hümanizmi ve Yeni İnsan, Istanbul, April 2001, p.106

Hoe baseerden de grondleggers van het communisme, Karl Marx en Friedrich Engels hun ideologie op Darwins theorie?

In de 18de- 19de eeuw begon in Europa de heropleving van een antieke dogma dat het materialisme genoemd wordt en enkel het bestaan van materie accepteert. Er werden in deze periode ook pogingen gedaan om het materialisme toe te passen op verschillende  disciplines van de wetenschap. Het materialisme werd door de Engelse natuurreiziger Charles Darwin op de natuurwetenschappen toegepast, en door de Duitse denkers Karl Marx en Friedrich Engels op de menswetenschappen. Darwins werk is vandaag gekend onder de naam “evolutietheorie” en dat van Marx en Engels onder de naam “communisme.”

Anton Pannekoek, een bekende marxistische schrijver uit de 20ste eeuw zette dit feit uiteen  in zijn boek “Darwinisme en marxisme”:

Het is moeilijk om mensen te noemen die in de 2de helft van de 19de eeuw de menselijke geest meer  domineerden dan de twee wetenschappers Darwin en Marx. Hun doctrines brachten een revolutie teweeg in de opvatting van grote massa’s over de wereld. Al tientallen jaren spreekt iedereen over hen en hun doctrines zijn het centraal punt geworden van de intellectuele strijd die samengaat met de sociale strijd van vandaag. De oorzaak hiervan ligt vooral in de zeer wetenschappelijke inhoud van hun leer. Het wetenschappelijk belang van het marxisme en het darwinisme is dat ze allebei de evolutietheorie volgen, het een doet dat op het domein van de organische wereld, of bij de levende wezens, het ander op het domein van de samenleving. Deze evolutietheorie was echter helemaal niet nieuw, het had zijn verdedigers voor Darwin en Marx; de filosoof Hegel, maakte hiervan zelfs het centraal punt van zijn filosofie. Daarom is het belangrijk nauw te observeren wat de bijdragen van Darwin en Marx waren op dit domein.

De theorie dat alle planten en dieren uit elkaar zijn ontwikkeld, is voor het eerst terug te vinden in de 19de eeuw. Daarvoor werd de vraag, “Vanwaar komen al deze duizenden en duizenden verschillende planten- en dierensoorten?”, beantwoord met: “Ze zijn geschapen door God ten tijde van schepping, elk soort apart.” Deze theorie was in overeenstemming met de ervaringen die men had en met de best beschikbare informatie over het verleden. Volgens de beschikbare informatie waren alle gekende planten en dieren steeds hetzelfde geweest. Deze ervaring werd dus wetenschappelijk uitgedrukt als “Alle soorten zijn onveranderlijk omdat de ouders hun eigenschappen doorgeven aan hun kinderen.

 [...] Maar wanneer Darwin kwam, trof zijn belangrijkste boek Origin of Species als een bliksemschicht; zijn theorie werd onmiddellijk aanvaard als een sterk bewezen feit. Sindsdien is de evolutietheorie onafscheidelijk geworden van de naam van Darwin.[i]

Karl Marx stelde dat de ontwikkeling van de geschiedenis gebaseerd was op de economie. De samenleving doormaakte doorheen de geschiedenis verscheidene fasen en de economie bepaalde al alles. De samenleving met slavernij ging over in een feodale samenleving, de feodale samenleving in de kapitalistische en tenslotte zou na een revolutie de socialistische maatschappij gevestigd worden en de verste punt in de geschiedenis zou op die manier bereikt worden. Marx en Engels vatten de geschiedenis dus op als een evolutie, al voordat ze in contact kwamen met het darwinisme. Maar deze vrienden hadden het moeilijk om te verklaren hoe de levende wezens tot stand waren gekomen. Want zolang er geen hypothese was die het leven met het principe van “niet geschapen” verklaarde,  konden ze geen ideologie lanceren die op de ontkenning van religie steunt. Zolang ze dat niet hadden, konden ze de geschiedenis niet herleiden tot materie of zeggen dat religie “een opium voor het volk” is.

Juist toen ze op deze hypothese wachtten, publiceerde een Engelsman genaamd Charles Darwin het boek Oorsprong der Soorten. Wat er in dat boek beweerd werd, was exact hetgeen Marx en Engels zochten. Want Darwin beweerde dat het leven vanzelf uit niet-levende materie ontstond en dat de levensvormen als het product van een levensstrijd evolueerden. Dit was de biologische versie van het dialectisch conflict waar Marx en Engels het over hadden. Bovendien gaven deze beweringen hen de kans om het leven te verklaren met uitsluitend materiële factoren.  

De persoon die Darwins grote bijdrage aan het materialisme voor het eerst had gezien, was Engels. Engels heeft Darwins boek dat in 1859 gepubliceerd werd, bestudeerd en ingezien dat het basis een zou vormen voor zijn eigen theorie. Hij schreef in een brief aan Marx: 

Darwin, die ik nu juist aan het lezen ben, is absoluut prachtig. Er was nog één een aspect van van de theologie, dat afgebroken moest worden, en dat is nu gedaan. Er werd nooit eerder zo’n grandioze poging gedaan om de historische evolutie in de natuur aan te tonen en zeker niet met zo’n goed effect. [ii]

Op 16 januari 1861, schreef Marx aan Ferdinand Lasalle hoe hij Darwin goedkeurt:

“Darwins werk is het belangrijkste, en het past het best bij mijn doel, omdat het een natuurwetenschappelijke basis biedt voor de historische klassenstrijd.”[iii]

Friedrich Engels drukte zijn bewondering voor Darwin uit als “De natuur werkt dialectisch en niet metafysisch. [...] In dit context moet Darwin voor alle anderen opgenoemd worden.”[iv] Om een bijdrage te leveren aan Darwins beweringen, schreef Engels een hoofdstuk genaamd “The Part Played by Labour in the Transition From Ape to Man. “[v] Marx, die door zijn hedendaagse volgers ook wel eens “de Charles Darwin van de sociale wetenschap materialistisch dialectisme”[vi] genoemd wordt, drukte zijn bewondering voor de evolutietheorie van Darwin uit door zijn belangrijkste boek, Das Kapital, aan Darwin te wijden. [vii]

Zoals blijkt uit deze uitspraken van Marx en Engels, dachten ze dat Darwins evolutietheorie de wetenschappelijke basis bevatte van hun atheïsme, en raakten ze in opperste verrukking.


[i] http://www.marxists.org/archive/pannekoe/index.htm
Originele tekst:
Two scientists can hardly be named who have, in the second half of the 19th century, dominated the human mind to a greater degree than Darwin and Marx. Their teachings revolutionized the conception that the great masses had about the world. For decades their names have been on the tongues of everybody, and their teachings have become the central point of the mental struggles which accompany the social struggles of today. The cause of this lies primarily in the highly scientific contents of their teachings.
The scientific importance of Marxism as well as of Darwinism consists in their following out the theory of evolution, the one upon the domain of the organic world, of things animate; the other, upon the domain of society. This theory of evolution, however, was in no way new, it had its advocates before Darwin and Marx; the philosopher, Hegel, even made it the central point of his philosophy. It is, therefore, necessary to observe closely what were the achievements of Darwin and Marx in this domain.
The theory that plants and animals have developed one from another is met with first in the nineteenth century. Formerly the question, “Whence come all these thousands and hundreds of thousands of different kinds of plants and animals that we know?", was answered: “At the time of creation God created them all, each after its kind." This primitive theory was in conformity with experience had and with the best information about the past that was available. According to available information, all known plants and animals have always been the same. Scientifically, this
experience was thus expressed, “All kinds are invariable because the parents transmit their characteristics to their children.”
[...] When Darwin came, however, with his main book, The Origin of Species  struck like a thunderbolt; his theory of evolution was immediately accepted as a strongly proved truth. Since then the theory of evolution has become inseparable from Darwin’s name.

[ii] http://www.marxists.org/archive/marx/works/1859/letters/59_12_11.htm

Originele tekst: Darwin, by the way, whom I’m reading just now, is absolutely splendid. There was one aspect of teleology that had yet to be demolished, and that has now been done. Never before has so grandiose an attempt been made to demonstrate historical evolution in Nature, and certainly never to such good effect.


[iii] http://www.wsws.org/articles/2009/jun2009/dar1-j17.shtml 

Originele tekst: Darwin’s work is most important and suits my purpose in that it provides a basis in natural science for the historical class struggle.


[iv] http://www.marxists.org/archive/marx/works/1880/soc-utop/ch02.htm

Originele tekst: Nature works dialectically and not metaphysically; that she does not move in the eternal oneness of a perpetually recurring circle, but goes through a real historical evolution. In this connection, Darwin must be named before all others.


[v] http://www.marxists.org/archive/marx/works/1876/part-played-labour/index.htm

[vi] http://www.unbc.ca/assets/politicalscience/class_materials/200905/socialism_and_communism.pdf

[vii] http://ankerberg.com/Articles/_PDFArchives/science/SC4W0999.pdf, p.1